PROLOOG
" Sinds 12 april 1970, voor mij, is het de Verrijzenis. "

M. Aumont

Op 29 maart 1970, aangespoord door haar moeder, die tot 94 jaar leefde, en na vier jaar afwezigheid van een priester te Putt-en-Auge, vervult Magdalena haar Paasplicht. Op Paasdag gaat ze biechten en te kommunie.

De zondag na Pasen, na te hebben gekommuniceerd, terug komend, geknield op haar stoel " er doet zich iets voor dat ik niet kan uitleggen..ik kreeg precies een flauwte... ik was precies dronken van vreugde, van geluk. Ik had de indruk een andere wereld te ontdekken. " En dat duurde tot ze thuis kwam. Dit was op 5 april.

De volgende zondag, op 12 april 1970,  " deze vreugde beheerste mij, maar deze keer voelde ik een aanwezigheid die niet van deze wereld was... de aanwezigheid van Jezus, van de Heilige Geest, een bovennatuurlijke kracht beheerste mij, een aangename aanwezigheid... de wereld bestond niet meer. Mijn lichaam bestond niet meer, er bleef alleen God in mij en ik in God ".

De derde zondag na Pasen, 19 april " deze heerlijke vreugde deed zich opnieuw voor. Zij besloot bij Mijnheer Pastoor te biecht te gaan, want "Ik ben het niet die leef, het is Jezus die in mij leeft. " De priester bood haar de mogelijkheid om tijdens de week te kommuniceren,  " het duurt zo lang van de ene zondag tot de andere... niets kan de Mis vervangen. Het is Jezus-Hostie die mij van de twijfel verlost heeft en tijdens iedere Mis zie ik werkelijk Jezus door de priester heen, in zijn gebaren op de vooravond van de Passie, en ik zie de Geest van God tot het Altaar komen om zich aan ons allen te geven. "

Alles verandert als men, iedere morgen, alles aan God aanbiedt, "uit liefde voor Hem," die Zijn leven gaf voor ons allen. Christus is verrezen, levend, iedere dag beleef ik die Verrijzenis... Laat nooit geen enkele dag voorbij gaan zonder te bidden, zonder aan Jezus te denken, aan al degenen die lijden, die wenen... Het gebed verenigt ons met Jezus en geeft ons de geestelijke vreugde dat geen stoffelijk goed vervangen kan... noch de wetenschap, noch de menselijke wijsheid, noch mooie woorden kunnen het hart van een ongelovige openen voor God.

De bekering is geen werk van de mens, God moet hem tot zich trekken door Zijn Geest. Zonder de Heilige Geest is de mens niets, vermag niets. Men moet "uit Liefde" bidden, want zonder de Geest van God zijn wij niets. Hij waakt voordurend over ons, zeg het aan iedereen : God waakt over ons op elk ogenblik en, als wij het weten en goed begrepen hebben, mogen wij God bedanken. God alleen kan het hart van de mens omvormen, maar om genade te ontvangen van de Heer, moeten wij veel bidden met vertrouwen en geloof. "

" In mijn geest, zingt alles de lof des Heren, de bloemen, hun geur, de bomen, de morgendauw, alles wat bestaat, alles wat leeft is Gods ingeving, want hier, op deze aarde zingt alles de lof des Heren... Vroeger twijfelde ik aan Gods bestaan, mijn leven had geen zin, het was droevig, vijf kinderen op te voeden, het geldgebrek... maar sinds 12 april 1970, is het voor mij de verrijzenis van mijn geest, van mijn ziel, mijn materile zorgen zijn voorbij, deze innerlijke vrede verheft zich boven alles wat op aarde bestaat... De Hemel is het eindpunt van ons aardse leven. "

croixsur.GIF (60350 octets)

EERSTE VERSCHIJNING
" U zult dit Kruis verkondigen en u zult het dragen. "

Dinsdag 28 maart 1972, te 4u35 ‘s morgens.

Dit is de dinsdag van de Goede Week 1972.

Mijn man ging werken om 4u30 ‘s morgens.

Zoals de dag ervoor en de andere dagen stond ik op, ben ik naar beneden gegaan om na hem de deur te sluiten. Ik ging terug naar boven en maakte het venster open.

De hemel was met zware wolken bedekt, zij gingen snel van noord-west tot zuid-oost. Er was een hevige wind. Het regende niet, het weer was tamelijk klaar. De maan moet er geweest zijn. Ik bekeek de hemel, die dikke voorbijgaande wolken.

Ik ging het gebed aan de Heilige Drievuldigheid opdragen. Ik was het eerste woord nog niet begonnen. Plotseling, zie ik aan de verre horizon, een weinig naar rechts, een schitterend licht. Zij verlichtte de ganze horizon zoals een bliksemlicht bij onweer. Dit licht bleef echter duren, terwijl de bliksem maar een sekonde duurt.

Ik had angst.

Ik heb het venster dicht gedaan en ging terug naar bed.

Ik heb mij gedekt om niets meer te zien.

Acht tot tien minuten later zat ik rechtop in bed.

Er was geen licht meer aan het venster. Het was zo verblindend dat ik ze zou gezien hebben zonder te bewegen.

Ik ben dus opgestaan en terug naar het venster gegaan. Er was absoluut niets meer.

Enkele ogenblikken daarna, zag ik opnieuw iets, in de hemel, vorm aannemen daar waar ik dit licht had gezien.

Alles nam vorm aan, ziehier hoe :

De basis, de armen en het bovenste vormden zich langzaam en gingen zich in het midden van het Kruis vervoegen.

Toen dat Kruis gevormd was, was het onmetelijk, heerlijk, meer licht gevend dan de dag, heel eenvoudig, volkomen recht, iets groter dan het Calvariekruis van Dozul, wanneer ik het van dichtbij bekijk.

Het was indrukwekkend maar wonderbaar schoon, aangenaam om te bekijken en nochtans straalde het een verblindend licht uit.

O ! wat was het mooi op de kleine heuvel vr het huis (2) op dinsdag 28 maart tussen 4u30 en 4u50 in de morgen. Alleen het Kruis was er. Christus was er niet.

En op de kleine heuvel, het geheel had de vorm van de Calvarie.

Enkele sekonden later hoorde ik die drie woorden :

" Ecce Crucem Domini. " (Ziehier het Kruis van de Heer)

Deze drie woorden weergalmden zoals in een kerk. Zij schetterden, zij waren vol klank. Het was alsof zij voor de hele wereld geuit waren en dat onze aardbol zou getrild hebben door de klank van die zware stem.

Dat onmetelijke Kruis, die stem in het midden van de nacht waren indrukwekkend. Dan heb ik mijn Kruisteken gemaakt.

Het wonderbare Kruis was er nog altijd, onmetelijk en schoon. O ! wat was het lichtgevend mooi. Nooit zag ik zo iets schoons en zo lichtgevend.

Daarna, heb ik iemand naast mij horen spreken. Die stem was zo zacht, nooit heeft mij iemand zo langzaam en zo zacht aangesproken.

Ik dacht dat het Jezus was.

Ik hoorde :

" U zult dit Kruis verkondigen en u zult het dragen. "

Nog enkele sekonden en opeens was alles verdwenen.

Toen het verscheen, werd het langzaam gevormd, maar het verdween plotseling, daarna heb ik niets meer gezien.

Het was op Witte Donderdag, toen ik te biecht ging, dat ik het aan Meneer Pastoor heb verteld.

Hij heeft wat aangedrongen om te weten : drie dagen vroeger had ik hem gevraagd wat

" Ecce Crucem Domini " betekende.

Indien hij niet had aangedrongen, denk ik dat ik het niet zo vroeg zou gezegd hebben. Nochtans moest hij het weten. Deze drie woorden waren zeker voor hem bestemd en ik moest hem alles zeggen.

Ik twijfelde niet aan zijn discretie. Een priester moet het geheim bewaren. En nochtans geloof ik, dat iedereen het had moeten weten.

De Heer heeft zich niet laten zien en laten horen voor n enkele persoon alleen.

Op dat ogenblik, had ik aan Eerwaarde Heer L’Horset (pastoor van de parochie in 1972) gevraagd er met niemand over te spreken. Maar later heb ik hem gezegd : "Ik laat U vrij er over te spreken met wie U denkt dat het nodig is, maar verzwijg mijn naam (3)."

Als ik niet wens dat mijn naam bekend wordt, geloof niet dat het door schandegevoel is, door gewetensbezwaar of schaamte, neen.

Maar dat alles werd me gegeven door Jezus de Almachtige.

Ik zelf bezit niets, ik heb geen enkele bekwaamheid, geen vermogen, mijn naam zegt niets.

In dit alles ben ik niets.

Het is God, Jezus, de Heilige Geest, die alles is, die alles kan.

Ik vrees dat zij mij op straat beschouwen als een fenomeen, iemand buitengewoon die men met de vinger toont en van wie men zegt : zij is het die het Kruis van Jezus gezien heeft, die zijn woorden gehoord heeft... "

Ik ben er voor niets.

Ik ben maar een eenvoudig schepsel, daarom is het dat ik niet wil dat dit bekend gemaakt wordt, om wille van mijn naam die niets betekent.

" U zult dit Kruis verkondigen. "

Waarschijnlijk door mijn woorden, herinneren aan de mensen die ik ontmoet, dat Jezus geleden heeft om ons te redden, dat ze zich herinneren :

Dat Zijn Kruis een overwinning is,

Dat Zijn Kruis onze enige hoop is,

Dat Zijn Kruis altijd in ons en in onze harten tegenwoordig moet zijn

Dat Zijn Kruis altijd verheven is op de wereld.

O ! geliefd Kruis van Jezus, dat met bloed bevlekt werd om de mensen te redden !

Geloof mij, het is met Hart en geloof dat ik van JEZUS en ZIJN KRUIS zal spreken.

En ook :

" U zult het dragen "

Het is soms erg moeilijk het kruis te dragen.

Het betekent, alle ellende aanvaarden, alle droefheden, alle zorgen, alle dagelijkse lasten, elk leed. Ja ‘t is zeer moeilijk.

Maar wanneer men overtuigd is dat God bestaat, dat Hij er is, op elk ogenblik van ons leven, dat Zijn Aanwezigheid zo voelbaar is, dat moet al die ellende, al die droefheden, al die zorgen, al dat leed verzachten.

Heeft Jezus zelf niet geleden voor ons allen ?

En wat heeft Hij voor ons niet geleden, geestelijk en lichamelijk !

Hij werd geslagen, bespot, Hij werd beledigd, men gaf hem azijn te drinken, en in deze erbarmelijke toestand, heeft Hij gezegd :

"Vader, vergeef het hen, ze weten niet wat ze doen. "

Wie van ons, zou de moed hebben, op zulk een ogenblik, zijn beul te vergeven ?

Dat moet Jezus zijn die zoveel leed aanvaardde om de mensheid te redden.

Bij deze gedachte hebben wij de tranen in de ogen.

En nochtans, hoeveel mensen negeren Jezus, vergeten Jezus.

Niemand denkt aan het Kruis van Jezus, dat de wereld beheerst, dat onmetelijke Kruis, heerlijk, schitterend van Licht dat aan de horizon verschijnt.

Symbool van macht, het Kruis heerst over onze aardbol.

Deze aardbol moet heel klein zijn in vergelijking met Gods Macht.

We zouden allen bevreesd moeten zijn bij een dergelijk schouwspel.

Alles wat op aarde bestaat is niets in vergelijking met wat ik gezien en gehoord heb op 28 maart, te 4u35 ‘s morgens.

TWEEDE VERSCHIJNING
" Het is tijd om alle de zondaars te redden, die Jezus niet lief hebben. "

Woensdag 8 november 1972, te 4u35 ‘s morgens

Tijdens de week van maandag 6 november werkte mijn man ‘s morgens om 4u30.

Op dat uur, kan ik niet nalaten God te aanbidden, vr het venster, de armen gekruist, tegenover de plaats waar ik het wonderbare Kruis gezien had.

Op woensdag, de 8ste, ben ik aan het venster, de armen gekruist. Enkele minuten later, terwijl ik in die houding was, komt het wonderbare Kruis opnieuw te voorschijn zoals de vorige keer. De vier uitersten van het Kruis vormden zich en naderden het midden.

Na enkele sekonden hoorde ik :

" Berouw, berouw. "

Enkele sekonden later :

" Het is tijd om al die zondaars te redden die Jezus niet lief hebben. "

(Terwijl ik vol bewondering was, werd mij een geheim, betreffende een nakende bedreiging voor het mensdom, toevertrouwd.)

Die stem sprak me zachtjes aan en leek zeer droevig.

Dit Kruis is wonderschoon, zo helder en doorschijnend dat geen enkel licht, hier op aarde, er mede vergelijkbaar is, noch het zonnelicht, noch het mooiste elektrische licht.

Dit hemelse Licht hindert de ogen niet, het fascineert alleen de geest.

Wanneer het verdwijnt, word ik droevig. Het lijkt mij alsof ik in de duisternis ben, zelfs in de zonneschijn.

Graag zou ik willen sterven om mij in dat Licht van God te bevinden, en het voor altijd te bewonderen.

O ! gij allen die deze woorden zult lezen :

Doet boete,

zuivert U,

het is tijd om zijn geest te redden,

het is tijd om zich tot Jezus te wenden.

Ik smeek U erom, Jezus vraagt het U.

Zeg niet : " Het is te laat. "

Zeg niet : " Ik ben te oud, ik heb mijn leven verknoeid. "

Zeg niet : " Ik heb te veel gezondigd. "

Zeg niet : " Tant pis, we zullen wel zien. "

Het is nooit te laat om zich naar Jezus te keren.

Jezus is goed, Hij zal U vergeven, zelfs op het laatste ogenblik van uw leven.

Maar wacht niet.

Vandaag nog, aanstonds, God vraagt het U.

Het is bijna een noodkreet die God slaakt, want hij zegt :

" Het is tijd om al die zondaars te redden die Jezus niet lief hebben. "

Meneer de Kanunnik (Gires), U die deze bladzijden zult lezen, preek over de boete aan al degenen die U voortaan zult ontmoeten, en zeg aan degenen die geloven, om boete te doen, om al de zondaars te redden die Jezus niet lief hebben, die nooit Jezus aanschouwd hebben ; die alleen de overdadige zaken zien, zoals het geld, de weelde, het welzijn.

Zeg hen boete te doen om al die mensen te redden die niet liefdadig zijn, noch barmhartigheid kennen.

Maar wanneer men werkelijk het geloof beleidt, is alles anders.

Het ntonig leven dat ik vroeger beleefde, met al die zorgen, werd in n enkel ogenblik veranderd.

Ik zie Jezus in alles.

Want het kleinste ding hier op aarde werd ons door Jezus gegeven.

Alles wat leeft, alles wat ademt, is door God ingegeven en zonder dit, is op aarde niets meer mogelijk.

Iedereen vergeet dat.

Wie denkt aan het Kruis van Christus ?

De wereld is zo verward door de toenemende vorderingen, dat men de Schepper vergeet : God.

Het is nochtans door het Kruis dat Jezus ons van het kwaad verlost heeft.

Het is door het Kruis, dat ik gezien heb, dat Jezus weldra de wereld zal komen redden.

Het zal door dat Glorierijke Kruis zijn dat al het verdriet, de leed en de ellende zullen verdwijnen.

Dat zal het einde zijn, het zal de Vrede zijn, het oneindig geluk.

Wij zullen al deze wonderen van God in het hemelse Licht ontdekken waaraan geen einde zal komen.

Maar om van al deze wonderen, die God ons aangekondigd heeft, te genieten, moet men zich bekeren, het is tijd om boete te doen, boete doen.

Ik vroeg mij af hoe ik dat alles, aan Meneer Pastoor ging vertellen.

Hoe ging hij mij geloven, want ditmaal, had ik geen boodschap voor hem ?

Maar ik ben zeker dat de Voorzienigheid heeft gehandeld, en vermits God mij dat gezegd had, moest Eerwaarde Heer L’Horset het weten.

Ik ben zoals gewoonlijk, deze woensdag morgen, vrije schooldag, naar de mis geweest en toen ik de kleine Kapel van de kostschool Sint Jozef verliet, was Meneer Pastoor ook naar buiten gekomen, wat hij nooit doet na de mis.

Hij vroeg mij : " Waarom bent u droevig ? "

Ik vroeg mij af hoe hij heeft kunnen merken dat ik droevig was.

Dit Kruis is zo indrukwekkend, zo wonderbaar, zo treffend, dat ik mij daarna niet kan verhinderen te wenen, en niet in slaap kan vallen.

Meneer Pastoor heeft dit op mijn gezicht gelezen.

Maar ik heb het niet terstond gezegd, ik was haastig om naar huis te gaan, voor het ontbijt van mijn kleine kinderen en voor mijn bedlegerige moeder, om mij dan, naar de katechese te begeven om 9u30.

Ik ben hem de volgende dag gaan bezoeken om alles te zeggen.

Ik weet dat Meneer Pastoor niet twijfelt aan wat ik zeg.

Moest ik dat wonderbare Kruis zelf niet gezien hebben , zou ik me afvragen of het geen nachtmerrie, geen illusie, geen droom is. Maar neen, ik weet met zekerheid dat dat Kruis er is, want hetgeen niet kan bedriegen, zijn de perfekt, verstaanbare en zo zachte woorden :

Het is het Woord van Jezus, Gods Woord.

 

DERDE VERSCHIJNING
" Zeg aan de priester het Glorierijke Kruis, op deze plaats te doen oprichten met aan zijn basis een heiligdom. "

Donderdag 7 december 1972 te 4u35

Ik heb het wonderbare Kruis weer gezien rechtop in de hemel, op dezelfde manier als de vorige keren, op hetzelfde uur, en op dezelfde plaats.

Toen het wonderbare Kruis gevormd was, hoorde ik :

" Audivi vocem de caelo dicentem mihi... " (Ik heb een stem uit de hemel gehoord die me zei) :

" Zeg aan de priester het Glorierijke Kruis, op deze plaats te doen oprichten met aan zijn basis een heiligdom. 

Allen zullen komen om zich te berouwen en er vrede en vreugde te vinden. "

 

VIERDE VERSCHIJNING
" U zult dit Kruis nog driemaal zien. "

Dinsdag 19 december 1972 om4u35

Het wonderbare Kruis is mij opnieuw verschenen, en ik heb gehoord :

" U zult dit Kruis nog driemaal zien. "

 

VIJFDE VERSCHIJNING
" Zeg aan de priester dat het Glorierijke Kruis, op deze plaats opgericht, vergelijkbaar zij met Jerusalem. "

Woensdag 20 december 1972 te 4u35

Zoals de dag voordien, heb ik het Kruis gezien, op dezelfde manier, op hetzelfde uur, op dezelfde plaats, en ik heb weer gehoord :

" Zeg aan de priester dat het Glorierijke Kruis, op deze plaats opgericht, vergelijkbaar zij met Jerusalem. "croixper.GIF (18967 octets)

ZESDE VERSCHIJNING
" Vind drie personen en bidt samen de rozenkrans voor de oprichting van het Glorierijke Kruis, hier aan de grens van het grondgebied van Dozul. "

Donderdag 21 december 1972 te 4u35

Derde opeenvolgende dag dat het Kruis mij verschijnt, op dezelfde plaats, op hetzelfde uur, op dezelfde manier. En toen heb ik, zoals de vorige keren, met gekruiste armen, een zachte stem gehoord die naast mij scheen te zijn :

" Wees zo goed te gaan zeggen aan het bisdom, dat de priester zijn parochie niet moet verlaten voordat de taak, die hem gevraagd werd, vervuld is. "

" Vind drie personen en bid samen de rozenkrans voor de oprichting van het Glorierijke Kruis, hier aan de grens van het grondgebied van Dozul. "

Ditmaal, verscheen het wonderbare Kruis langer dan gewoonlijk, ongeveer vijftien tot achttien minuten.

Geen enkel licht op aarde is vergelijkbaar met dat licht vanuit de hemel.

Dat wonderbare licht hindert de ogen niet, toch is het heviger dan de zon, maar zij verblindt de ogen niet, alleen verblindt het de geest. Wanneer men het ziet, vreest men de dood niet meer om altijd van dat wonderbare hemels licht, te kunnen genieten.

 

ZEVENDE VERSCHIJNING
" Wees niet bang, Ik ben Jezus van Nazareth, de verrezen Mensenzoon. "

Woensdagavond 27 decembre 1972 , te 19 uur – Feest van Sint Jan Apostel

Ik moest dus nog eenmaal dat Kruis zien ; ik was benieuwd om de week van de eerste januari te beleven (dan vertrekt mijn man om 4u30 ’s morgens) omdat ik dan, opnieuw met gekruiste armen, die week misschien een laatste verschijning zou kunnen beleven.

Ik ben, woensdagavond, Meneer Pastoor gaan bezoeken. De overste van de Sint Jozef kostschool, Zuster B, had mij gevraagd de kerk klaar te maken voor een bruiloft die aanstaande zaterdag moest plaats hebben.

Dus ben ik, woensdagavond 27, in de sakristie gekomen met Meneer Pastoor, het was precies 7uur. Ik wachtte op hem vr de sakristie terwijl hij de deur sloot.

Op dit ogenblik, verscheen het Kruis vr mij, zoals gewoonlijk nog hoger aan de hemel, maar minder groot en niet op dezelfde plaats. Enkele sekonden later, onderaan het Kruis vormde zich een ovale wolk, precies als een voetstuk. Het Kruis verdween. Een menselijke gedaante kwam in de plaats, de voeten rustend op die wolk.

Nooit zag ik iets mooier, zijn hoofd was gebogen, en zijn armen naar mij uitgestrekt alsof hij mij wilde verwelkomen.

En ik heb een zeer zachte stem gehoord, die mij zei :

" Wees niet bang, Ik ben Jezus van Nazareth, de verrezen Mensenzoon. "

Enkele sekonden daarna, zei diezelfde stem :

" Wees zo goed dit te herhalen : O Sorte Nupta Prospera Magdalena ! Annuniate virtutes ejus qui vos de tenebris vocavit in admirabile Lumen Suum. "  (O Magdalena dat een gelukkig lot U bruid maakte ! Verkondig de wonderen van Hem die u uit de duisternis tot Zijn heerlijk Licht heeft geroepen.)

Ik heb dit wonder nog enkele ogenblikken kunnen bewonderen en dan is alles opeens verdwenen.

Ik had het gevoel dat ik terug in de duisternis was.

Zou U moeten weten, hoe vol mijn hart is van liefde voor Jezus, die de goedheid heeft gehad mij te bezoeken, mij, arm onwaardig schepsel. Tot mijn laatste dag op aarde zal ik verblind blijven door die wonderbare verschijning, die aanwezigheid van Jezus op die avond van 27 december.

Er blijkt mij alleen nog een wens : Hem terug te zien, Jezus van Nazareth, de verrezen Mensenzoon terug te zien. Het zou heerlijk geweest zijn om op dat ogenblik te sterven, Hij had de handen uitgestrekt, precies om mij te verwelkomen, maar het was zo rap voorbij.

Ik zou gewild hebben dat alles stil viel, dat de tijd ophield, dat het hele mensdom Hem kon zien, zoals ik Hem gezien heb.

Ik zou Hem altijd en voor eeuwig in zijn glans willen bewonderen, dit wonderbaar licht aanschouwen, deze liefdevolle Jezus, vol zachtheid, vol goedheid, stralend van licht.

Alles is zo wonderbaar, zo groot dat ik niet kan uitleggen wat ik gevoeld heb tot in het uiterste van mijn lichaam, van mijn geest. Ik voel Jezus in mijn eigen persoon, vol liefde, zachtheid en licht.

Wat een wonderbare pracht, wat een doorschijnend licht, wat een schat, wat een heerlijkheid hebben mijn ogen gezien op de avond van 27 december.

Wat een vreugde, wat een plezier zullen wij hebben, wanneer wij :

" Jezus voor de eeuwigheid "

zullen mogen aanschouwen.

Als de wereld dit moest weten, als de wereld dit gezien zou hebben, als de wereld dit zou zien. En de wereld zal zien,een dag niet zo ver verwijderd. En die dag zal de ganse oppervlakte van de aarde in een totale verblinding zijn wanneer zij :

" Jezus van Nazareth de Mensenzoon "

zal zien glinsteren van licht, zoals ik Hem zag met mijn eigen ogen toekomen op een wolk in heel zijn heerlijkheid. Ja, iedereen zal Hem zien, daarom is het tijd om zich te bekeren.

Het is tijd om zich bewust te worden. U kunt nog gered worden.

Jezus is liefde, Jezus is goed, Hij vergeeft.

Heb oprecht spijt, breng een gebed, Jezus zal tevreden zijn.

Richt een blik tot Hem en U zult zien hoe gelukkig U zult zijn, uw geest zal uiterst voldaan zijn, een onbeschrijfelijke vreugde kennen, want die geestelijke vreugde is schoner dan al de materile vreugden.

Op deze aarde vinden wij nooit een volmaakt geluk. Wanneer men denkt het te hebben gevonden stort alles ineen.

Maar het geestelijke geluk dat wij in Jezus vinden, dat zelfde geluk is onuitputtelijk wanneer men het werkelijk bezit.

O mijn Jezus, wat bent U schitterend van schoonheid in dat wonderbare licht ; wat bent U goed, U bent liefde, wat zijn Uw woorden zacht, niemand heeft mij nooit zo zacht aangesproken.

Het licht en de woorden van Jezus zijn onvergelijkbaar van zachtheid en schoonheid.

Heel mijn leven, zal ik dat wonder afkondigen, waarin men voortdurend moet leven van ‘s morgens tot ‘s avonds, van ‘s avonds tot ‘s morgens ; al bij het ontwaken is Jezus bij mij, in mij.

Men moet altijd met Jezus leven, zoals een innerlijke vlam die nooit uitdooft.

O mijn Jezus, wat is het heerlijk steeds met U en in U te leven.

Wat een wonderbare vreugde schenkt U aan degene die U liefhebben.

Denk maar niet dat ik een bevoorrechte van God ben.

Hij is het die ons het leven gaf

Het is Hij die ons het leven gaf.

Zonder Gods ingeving zouden we niets zijn, zou er niets zijn.

Maar de Heilige Geest is daar die ons weer herstelt, die ons bemint. God bemint al Zijn schepsels zonder uitzondering.

Denkt na, ga U een ogenblik afzonderen.

Bewonder nu die natuur, die bloemen, die geur, de morgendauw, en zijt er bewust van dat dit alles niet vanzelf gekomen is.

Alles wat groeit, alles wat vorm krijgt, alles wat leeft, is Gods ingeving.

De natuur is een bestendig wonder van de Schepper, maar wij merken het niet meer, wij zijn er aan gewoon.

Het is wanneer men alleen is dat men de aanwezigheid van Jezus aanvoelt wanneer men ingetogen is, wanneer men de natuur bewondert, het wonder van de schepping.

Het is in dit alles dat men de Schepper terugvindt, God, Jezus, de Heilige Geest, het Gelaat van Christus.

Wanneer een ziel een straal van Gods licht ziet, verlangt zij te sterven om het altijddurend te aanschouwen.

Ik heb dat wonder nog enkele ogenblikken kunnen bewonderen, en alles is opeens verdwenen.

 

ACHTSTE VERSCHIJNING
" Het Glorierijke Kruis en het Heiligdom van de Verzoening doen oprichten. "

Dinsdag 12 juni 1973 te 19uur, in de Kapel

Ik was met de zusters van de kostschool Sint Jozef en Meneer Pastoor in de kapel, juist na de rozenkrans en vespers : plotseling voelde ik een wind in mijn gezicht ; ik meende dat de deur open ging en tocht verwekte met een klein venster, maar dat was het niet.

Ik ben dus bij Meneer Pastoor gegaan die op een stoel vr mij zat ; ik vroeg hem of hij een tocht gevoeld had want dat scheen mij niet normaal (10). Hij antwoordde mij ontkennend, en opeens, scheen een licht, op de plaats van het Tabernakel en aanstonds verscheen Jezus zoals de eerste keer dat ik Hem zag, de handen uitgestrekt naar mij alsof hij mij wilde verwelkomen.

Het was wonderbaar schoon ; dat licht schitterende van schoonheid.

Jezus zei mij :

" Wees zo goed tot hier te naderen. "

Ik naderde dus heel dichtbij. Jezus zei mij :

" Zeg dat hardop " :

" Ik ben de Eerste en de Laatste en de Levende, en Alles wat U gegeven werd : Ik ben de Liefde, de Vrede, de Vreugde, de Verrijzenis en het Leven.

Gaat de personen hier aanwezig een zoen geven uit liefde en uit naastenliefde. "

Ik ben dus de aanwezige personen een zoen gaan geven.

" Wees zo goed dit te herhalen " :

" Attendite, quod in aure auditis, praedicate super tecta. Per te Magdalena civitas Dozulea decorabitur per Sanctam Crucem. Et aedificet Sanctuarium Domino in monte ejus. Terribilis est locus iste. "

(Opgepast ! wat uw oren gehoord hebben, roep het op de daken uit. Door U, Magdalena, zal de stad Dozul versierd zijn met het Heilige Kruis, en dat ze een Heiligdom bouwt voor de Heer op zijn berg. Dat deze plaats ontzagwekkend is.)

" Gaat de aarde driemaal zoenen uit berouw voor de Onrechtvaardigheid. "

Toen ik weer opstond, zag Jezus er zeer droevig uit, hij bekeek lang de drie aanwezige personen en Hij zei mij :

" Zeg dit hardop aan de personen die met U de rozenkrans bidden " :

" Haast U om in mijn Naam aan de wereld te verkondigen wat U gezien en gehoord hebt. Geeft het bevel aan het bisdom Mijn Wet aan te kondigen om het Glorierijke Kruis en het Heiligdom van de Verzoening te doen oprichten precies op de plaats waar Magdalena het zes keer gezien heeft, en komt er allen in processie. "

Daarna heeft Jezus de armen gehesen, de handen naar mij gericht, Hij zei :

" Wanneer dit Kruis zal opgericht zijn, zal ik alles tot mij nemen. "

Toen Jezus dat zei, had hij een starende blik, naar de hemel gericht.

Daarna heeft Hij zijn armen en handen weer uitgestrekt alsof Hij mij wilde verwelkomen en hij heeft mij gezegd :

" Wees zo goed hier te komen elke eerste vrijdag van de maand, Ik zal U bezoeken tot aan de oprichting van het Glorierijke Kruis. "

Daarna verdween Hij.

 

NEGENDE VERSCHIJNING
" De dienares des Heren zal een taal gesproken hebben die haar vreemd is. "

De 6de, eerste vrijdag van de maand juli 1973, 19 uur

Een licht, en dan verschijnt Jezus, zoals laatste keer op de plaats van het Tabernakel, de handen naar mij uitgestrekt om mij te verwelkomen. Zijn blik ziet er zo wonderbaar goed uit en Zijn glimlach is zo zacht. Dit alles is zo moeilijk te beschrijven, zo schoon is het.

Enkele ogenblikken daarna steekt Jezus zijn rechter arm op naar mij gericht en legt zijn andere hand op Zijn borst. Hij zegt :

" Wees zo goed dit te herhalen " :

" Misit Dominus Manum Suam et dixit mihi : Spiritus Domini docebit vos quaecumque dixero vobis. "

(De Heer stak de hand uit en zei mij : de Geest des Heren zal U wijzen al wat ik U zal gezegd hebben.)

Daarna, Zijn arm steeds naar mij gericht en Zijn linker hand op Zijn borst, zei Hij mij :

" Gaat naar het bisdom al de woorden zeggen die Ik U ingegeven heb. En de dienares des Heren zal een taal gesproken hebben die haar vreemd is. "

Daar ik mij geen enkel woord in het latijn herinnerde, dat de Heer mij van het begin af gezegd had, heb ik Hem gezegd :

" Maar, Heer, ik herinner het mij niet meer. " Hij zei mij :

" Herinner U Mijn Woord : U zult getuigen om wille van Mijn Naam en U zult niet moeten oefenen om te weten wat U zult moeten zeggen want Ik zal met U zijn. "

Toen verdween Jezus.

Ik moest dus Monseigneur de Bisschop gaan vinden en alhoewel Jezus mij verzekerd had dat ik niets moest vrezen, aarzelde ik om er naartoe te gaan ; en wanneer zou ik gaan ? Ik wist het niet ; nochtans wist ik wel dat ik er heen moest. Ik kon er niet alleen naartoe ; en bovendien was het Meneer Pastoor die moest beslissen ; ik moet niets ondernemen van mezelf.

 

Eerste vrijdag van de maand augustus 1973

Toen het achttien uur was in de kapel, vr het uitgestalde Heilige Sakrament de eerste vrijdag van de maand, was mijn geest vol vrede en vreugde.

Ik wachtte " Jezus " ongeduldig, die Jezus vol liefde die zich gewaardigd had mij verleden vrijdag te bezoeken. Wat een rijkdom, wat een wonderbare schoonheid ontdekten mijn ogen en mijn geest in zijn tegenwoordigheid ! Telkens duurde het maar enkele minuten. Wanneer zullen die minuten in tegenwoordigheid van Jezus eeuwig blijven duren, o ! hoe zacht en wonderbaar zal die eeuwigheid zijn in dit prachtig licht.

Maar het was bijna 19 uur, de sekonden leken eindeloos. Ik heb zo tot 19u45 gewacht, ik was mij bewust dat Jezus niet zou komen ; het was te laat.

Mijn hart was erg droevig, het was alsof alles instortte. Wenend als een kind, heb ik de kapel verlaten.

Toen ik thuis kwam vroegen mijn kinderen wat er aan de hand was. Ik heb hen niet geantwoord. Gelukkig was mijn man er niet. Het was de week dat hij ‘s middags werktte en pas om 21u30 terug kwam.

Die nacht heb ik bijna niet geslapen. Ik vroeg mij wel af wat ik de Heer had misdaan om mij niet te komen bezoeken, hoewel Hij mij gezegd had :

" Iedere vrijdag, zal Ik U bezoeken " ; en ik dacht bij me zelf dat Hij niet gekomen was omdat een meneer mij ‘s morgens bijna luidop had aangesproken vr het Heilige Sakrament, en dingen had gezegd die niet pasten omdat zij aan barmhartigheid ontbraken - en ik was erg droevig om wille van het Heilige Sakrament vr ons en ik dacht op dit ogenblik dat men vol eerbied en vol ontzag moest zijn vr het Heilige Sakrament.

Daarna heb ik ook gedacht dat het misschien was omdat ik niet gedaan had hetgeen de Heer mij verleden keer gevraagd had. Jezus had mij gezegd :

" Gaat naar het bisdom zeggen al de woorden die Ik U heb voorgezegd ", en dat was niet gebeurd.

Een paar dagen geleden was ik bij Meneer Pastoor gegaan om hem te zeggen dat ik zo rap mogelijk naar het bisdom wenste te gaan om er alles te zeggen wat onze Heer gevraagd had te zeggen ; het was een taak die ik moest vervullen aangezien de Heer het gevraagd had – en ik wenste er zo vlug mogelijk naartoe te gaan, ik moest aan de wil van Jezus voldoen.

Ik ben dus met Meneer Pastoor en Zuster Bruno een lid van het bisdom gaan opzoeken, zoals Jezus het mij gevraagd had.

Ik herinnerde mij nog altijd niets van het latijn, ik verzeker U, ik aarzelde en vroeg mij af wat ik hem zou zeggen en ik vraag nog vergeving aan de Heer geaarzeld te hebben, daar Hij mij gezegd had : " Ik zal met U zijn. "

Inderdaad, Jezus was wel met mij.

Ineens herinnerde ik mij al de woorden in latijn die Jezus mij sinds het begin, gedikteerd had ; de Heilige Geest leidde mij, en het is met Zijn hulp dat ik mij alles herinnerd heb.

Ik was bewogen en verrast te zien hoe plotseling ik al die onbekende woorden heb kunnen zeggen. Ik heb geen scholing en latijn is voor mij werkelijk een vreemde taal.

Ik weet niet of de Heilige Geest het heeft gewild maar toen wij het bisdom verlieten en in de wagen stapten, heb ik alles aan Zuster Bruno en Meneer Pastoor gezegd, al de vreemde woorden die de Heer mij gezegd had sinds het begin.

Het is de Heilige Geest die mij alles heeft doen herinneren.

Zonder Hem was ik niet in staat geweest een woord te zeggen. En ik weet dat Meneer Pastoor en Zuster Bruno beiden erg ontroerd waren toen ze mij hoorden.

Bij de terugkeer van Bayeux, voelde ik mij vol vrede.

Ik was vooral zeer gelukkig volbracht te hebben wat Jezus mij gevraagd had en ik dankte de Heilige Geest, dat ik mij alles herinnerd had.

Zonder U, Heilige Geest, bestaat er niets, is er niets mogelijk, wij zijn slechts duisternis. Maar wanneer men U bezit, is alles vreugde, alles liefde, is alles mogelijk.

 

 

TIENDE VERSCHIJNING
" Verheugt U, verheugt U voortdurend in de Heer, zoals de diernares des Heren hier aanwezig, vol overvloed is van vreugde in het Licht dat zij ontdekt. "

Vrijdag 7 september 1973 te 19u05

Er waren enkele personen in de kapel vr het uitgestalde Heilig Sakrament.

Toen ik het licht zag, maar ditmaal op de plaats van het Heilig Sakrament, was ik zodanig gelukkig dat ik mij niet heb kunnen inhouden te roepen :  " Daar is het . "

Ik was zo gelukkig, Jezus had mij de vorige maand niet bezocht.

Onmiddellijk na dat licht verschijnt Jezus zoals gewoonlijk. Hij glimlachte mij met zo een zachte glimlach. Hij zei mij :

" Maak een kniebuiging en groet. "

Daarna zei Jezus mij :

" Zeg dit luidop " :

" Verheugt u, Jezus van Nazareth, de verrezen Mensenzoon, is daar vr mij, met licht omringd. Zijn Handen en Zijn Gelaat schitteren zoals de zon. Zijn blik is vol Liefde en Goedheid. En ziehier wat de Eerste en de Laatste en de Levende zegt aan U allen die er de getuige van zijn :

Verheugt U, verheugt U voortdurend in de Heer, zoals de dienares des Heren, hier aanwezig, vol overvloed is van vreugde in het Licht dat zij ontdekt.

Enkele sekonden later :

" Wees nederig, geduldig en barmhartig. "

Met ernstige blik zegt Jezus :

" Zoen de aarde driemaal uit boetwaardigheid voor de onrechtvaardigheid. "

Toen ik het hoofd oprichtte, na de aarde gezoend te hebben ,had Jezus een droevige blik. Hij aanschouwt de mensen in de kapel en daarna, steeds met een droevige blik starend in de verte alsof Hij de wereld zag.

Ik heb hem gevraagd waarom hij zo droevig was. Jezus heeft mij geantwoord :

" Ik ben droevig wegens het gebrek aan geloof op aarde, wegens al degenen die Mijn Vader niet lief hebben. "

Verder zei Jezus :

" Zeg dit luidop " :

" Gaat allen in processie daar waar de dienares des Heren, het Glorierijke Kruis gezien heeft, en zegt iedere dag dit nederig Gebed, en vervolgens een tientje van de rozenkrans. "

Dan zei Jezus mij :

" Zeg de rozenkrans in zijn geheel, evenals de personen die het samen met U bidden. "

Jezus dikteerde mij het Gebed, zin na zin, en Zijn starende blik was erg droevig.

Ziehier het Gebed dat Jezus mij langzaam dikteerde :

" Ontferm U Mijn God over degenen die U lasteren,

Vergeef het hen, ze weten niet wat ze doen. "

" Ontferm U Mijn God voor het schandaal van de wereld.

Bevrijd hen van de geest van Satan. "

" Ontferm U Mijn God over degenen die U vluchten.

Geef hen het verlangen voor de Heilige Eucharistie. "

" Ontferm U mijn God over degenen die berouw zullen komen vragen aan de voet van het Glorierijke Kruis, dat zij de Vrede, en de Vreugde in God onze Verlosser vinden . "

" Ontferm U mijn God, opdat uw rijk moge komen, maar verlos hen, het is nog tijd – want het ogenblik is nabij, en ziehier Ik kom.

Amen, kom Heer Jezus. "

Daarna heb ik de rozenkrans gebeden zoals de Heer het mij gevraagd heeft. Jezus heeft me droevig aanschouwd gedurende de hele tijd dat ik de rozenkrans gebeden heb. Op het einde van de rozenkrans heeft Hij mij gezegd :

" Heer, verspreid over de hele aarde de schatten van Uw oneindige Barmhartigheid. "

Ik heb die zin herhaald om het gebed te beindigen. Daarna heeft Jezus mij gezegd :

" Wees zo goed dit te herhalen " :

" Vos amici Mei estis, si feceritis quae Ego praecipio vobis. "

(U bent mijn vrienden als U doet hetgeen Ik U beveel.)

" Wanneer u zult getuigen in Mijn Naam, wees zo goed, dit te herhalen. "

Het is met een droevige blik dat Jezus mij dan heeft verlaten en verdwenen is.