EENENVEERTIGSTE verschijning

"Zesde dag"

"Ik zal in het binnenste van Mijn Hart, de kinderen en de bescheiden zielen ontvangen, opdat ze een bijzondere genegenheid voor Onze Vader des Hemels zullen bewaren."

 

30 december 1975 te 17u30 - Zesde dag

Het Licht is eerst verschenen.

Jezus liet een beetje op zich wachten ; Hij verscheen pas toen ik vóór het Licht kwam knielen.

Rode en witte stralen komen uit Zijn Hart.

Hij reikt Zijn rechter hand naar de aanwezigen en zegt :

"Op de zesde dag,

zal Ik binnen in Mijn Hart de kinderen en de bescheiden zielen ontvangen opdat ze een bijzondere genegenheid zullen bewaren voor Onze Hemelse Vader."

"Onze Vader" dat ik alleen zeg evenals de drie "Weesgegroetjes", dan :

"Door Uw pijnlijk lijden, Heer..." ; "Glorie zij de Vader ... Vrede en Vreugde... " ; "Maak het Kruisteken."

Misschien zou ik het vergeten als Jezus het me niet telkens herhaalde.

Dan verdwijnt Jezus.

 

TWEEENVEERTIGSTE VERSCHIJNING

"Zevende dag"

"Gaat zeggen aan de burgemeester van deze stad... dat God hem gelast, aan de Kerk de grond terug te geven waarvan zij eigenares moet worden."

 

31 december 1975 te 17u15 – Zevende dag

Ik zie het Licht. Jezus verschijnt zoals gewoonlijk met beide Handen naar mij uitgestrekt. Hij legt Zijn linker hand op zijn Hart waaruit rode en witte stralen komen ; Zijn Hand is naar de aanwezigen uitgestrekt.

Ik herhaal wat Hij me zegt :

"Op de zevende dag, zal Ik allerhande genaden verlenen aan degenen die Mijn Boodschap kennend, tot het einde zullen volharden."

"Onze Vader..." ; "Wees gegroet Maria..." (drie maal)

"Door Uw pijnlijk lijden, Heer..."

"Glorie zij de Vader ..." ; " Vrede en Vreugde op aarde voor de mensen die Hij lief heeft."

Op dat ogenblik verdwijnen de stralen. Zijn kleed neemt haar plaats terug in en Zijn Handen zijn opnieuw naar mij uitgestrekt.

Zonder te benadrukken het te herhalen, zegt Jezus mij :

"Ga binnen drie dagen naar de burgemeester van deze stad en zeg hem dat Jezus van Nazareth over de dood heeft gezegevierd, dat zijn Rijk Eeuwig is en dat Hij de wereld en de tijd komt overwinnen.

Als hij U vraagt wie U zendt, zeg hem : Jezus van Nazareth, de verrezen Mensenzoon.

Draag hem de boodschap en dat hij er kennis van neemt."

"Zeg hem dat God hem beveelt de grond aan de Kerk terug te geven waarvan zij eigenares moet worden."

Ik heb aan Jezus gezegd : "Misschien zal ik slecht ontvangen worden ?"

Hij glimlachte en zei :

"Zijn uiterlijk zal hard voorkomen, maar zijn hart zal veranderen; zijn waardigheid zal het niet laten blijken."

Ik heb geantwoord : "Heer, ik zal Uw wil doen." Jezus verdwijnt.

Meneer Pastoor was afwezig bij de verschijning. Bij zijn terugkomst gaf Zuster Bruno hem de Boodschap die zij had overgeschreven.

Ik was zinnens Meneer de Burgemeester te gaan opzoeken, zoals Jezus het mij had gevraagd, maar Meneer Pastoor verbood het me andermaal.

Monseigneur was afwezig ; en niets mocht zonder zijn toestemming gedaan worden.

Wie moest ik gehoorzamen ? Christus of de Kerk ?

Het was de tweede keer dat ik Christus niet gehoorzaamde.

Meneer Pastoor belet me telkens - maar ik weet ook dat gehoorzaamheid zijn waarde heeft.

Die dag ging ik naar de kapel zonder te weten waarom. Ik kwam er heel kalm van terug.

Ik had er rust gevonden, en ik was van plan niets te doen zonder de toestemming van Meneer Pastoor, van de Kerk. (12)

 

DRIEENVEERTIGSTE verschijning

"Achtste dag"

" Ik zal de zielen van het Vagevuur ontlasten; Mijn Bloed zal hun brandwonden helen."

 

1 januari 1976, te 17u40 - Achtste dag

Het Licht en dan zie ik Jezus met Zijn linker hand op Zijn Hart waaruit rode en witte stralen komen. Ik denk dat er meer rode stralen zijn : ze zijn als bloed dat uit een bron, de Levensbron, opwelt ; ze zijn levendig, stijgen even en verspreiden zich dan breder naar beneden, zoals waterstralen op een grasperk. Ze hernieuwen zich voortdurend.

"Op de achtste dag,

zal Ik de zielen van het Vagevuur ontlasten; Mijn Bloed zal hun brandwonden helen."

"Onze Vader..." ; "Wees gegroet Maria..." (drie keer)

"Door Uw pijnlijk lijden, Heer..."

"Glorie zij de Vader in den Hoge" (op dat ogenblik werpt Jezus Zijn blik in de verte.)

"Vrede en Vreugde op aarde voor de mensen die Hij lief heeft."

Jezus neemt de Hand weg van Zijn Hart en, zoals gewoonlijk, verdwijnen de stralen.

Hij zegt : "Maak het Kruisteken.", glimlacht naar mij en verdwijnt.

VIERENVEERTIGSTE verschijning

"Negende dag"

"Ik zal de meest verharde harten, de ongevoelige zielen, degenen die het diepst Mijn Hart kwetsen, nieuw leven inblazen."

 

Vrijdag 2 januari 2976 te 17u53 - Negende dag

Het is de negende en laatste dag van de noveen.

Het Licht, en Jezus verschijnt zoals gewoonlijk, rode en witte stralen komen uit Zijn Hart.

Ik herhaal luidop wat Hij me zegt :

"Op de negende dag, zal Ik de meest verharde harten, de ongevoelige zielen, degenen die het diepst Mijn Hart kwetsen, nieuw leven inblazen."

"Onze Vader..." ; "Wees gegroet Maria..." (drie keer),

"Door Uw pijnlijk lijden, Heer..." ; "Glorie zij de Vader..." ; "Vrede en Vreugde...".

Dan zegt Jezus mij :

"Zeg dit luidop", en ik herhaal elke zin na Hem.

"Aan degenen die aan de voet van dit Glorierijke Kruis boetvaardigheid zullen brengen en die elke dag het gebed zullen zeggen dat Ik hun onderwezen heb, beloof Ik dat in dit leven Satan geen macht meer over hen zal hebben en dat ze na een hele tijd schande, zuiver zullen worden en de zonen van God voor de Eeuwigheid zullen zijn.

Mijn Vader, wiens Goedheid oneindig is, wil de Mensheid die aan de rand van de afgrond is, redden. Met deze laatste Boodschap moet U zich voorbereiden."

"Maak het Kruisteken" (wat ik doe).

Dan laat Jezus zijn handen vallen en zegt mij (maar vraagt me niet luidop te herhalen) :

Zonder één woord te zeggen, mediteer in uw hart de woorden die U gehoord hebt.

Ondanks de tijd die voorbijgaat, moet uw geloof onwrikbaar blijven."

Jezus glimlacht langdurig naar mij en verdwijnt.

Nu waren deze negen wonderlijke dagen voorbij.

De laatste Woorden van Jezus lieten me denken dat ik Hem niet zo vlug zou terugzien. Dagen, weken en maanden verlopen. Jezus verschijnt niet meer. Zijn Boodschap is waarschijnlijk voltrokken.

Maar ondanks de Boodschap die Jezus vraagt aan de wereld te verkondigen, en die de Kerk bevolen is te herkennen, verblijf ik in de grote Vrede die Jezus mij gelaten heeft vooraleer mij te verlaten.

Maar ik bid voor degenen die de opdracht hebben de zo ernstige Boodschap van Jezus aan de wereld te verkondigen.

Ik bid voor degenen die twijfelen. Dat Jezus hen het begrip geeft opdat Zijn profetische Woorden die ik heb uitgesproken, mochten verhoord worden en dat, hetgeen Hij vraagt, zou verwezenlijkt worden.

... O Mijn God, dat Uw Rijk kome.

Maar zorg er eerst voor dat Uw Boodschap zich over de hele wereld verspreidt zodat in elk gezin van onze kleine Aarde het gebed, dat U mij onderwezen hebt, met diep geloof en groot vertrouwen gezegd wordt.

Heer, verspreid over de hele wereld de schatten van Uw oneindige Genade. Amen.

Jezus is nog steeds aanwezig in mijn hart, vooral na elke kommunie. Sinds de 12de april 1970 verschijnt Jezus voor mij steeds in de Heilige Hostie.

Eens zei hij me : "Ik zal U bezoeken tot aan de oprichting van het Glorierijke Kruis". Misschien is het zo dat Hij mij verder zal komen bezoeken want na elke kommunie voel ik Zijn Aanwezigheid en deze wonderlijke Vreugde die Hij me geeft.

Na elke kommunie vraag ik Jezus, in een gebed dat ik met de Hulp van de Heilige Geest heb opgesteld :

"Mijn Heer en Mijn God,

Laat alle mensen die U in de Heilige Kommunie ontvangen, de Geestelijke Vreugde kennen die U mij gegeven hebt,

Dat zij, zoals ik, in elke kommunie, het werkelijk genot van Uw Aanwezigheid zouden mogen ervaren.

Verleen aan degenen die U ontvangen, deze wonderlijke Liefde, deze onverklaarbare Vreugde die ik al maanden beleef.

Zorg ervoor dat al degenen die met mij de kommunie ontvangen, evenveel liefde en enthousiasme voor Onze Heer Jezus kennen. Amen."

 

 

VIERENVEERTIGSTE verschijning bis (13)

"Ik voelde me niet naar de hemel vervoerd zoals wanneer Jezus mij verschijnt."

 

Vrijdag 10 december 1976 ; ik heb Gérard naar de kapel uitgenodigd.

Na twintig minuten ingetogenheid zag ik de "Aartsengel Michaël" uit de muur verschijnen, links van het Tabernakel. Hij zei me :

"Ik groet U ; zeg aan Gérard dat ik mij tot Hem wend :

"Gérard, U die de Boodschap met zoveel Liefde hebt ontvangen, doe wat uw geweten U na elke ingetogenheid zal bevelen.

Laat U zich door God leiden.

Degenen die niet naar de Boodschap willen luisteren zullen niet zonen van God genoemd worden. " (14) "

Ik was zeker in de kapel maar ik voelde me niet naar de hemel vervoerd zoals wanneer Jezus mij verschijnt (15, 16).

 

VIJFENVEERTIGSTE verschijning

"Hij geeft Zijn Genade aan al degenen die naar Hem luisteren en verklaart gelukzalig degenen die Zijn Boodschap verkondigen, en ze uitvoeren."

 

Vrijdag 1 juli 1977

Meneer Pastoor was naar Caen (of Bayeux) vertrokken om de bisschop te ontmoeten. Zuster Bruno was ook afwezig. Ik was op dat ogenblik alleen met Mevrouw T. in de kapel.

Er kraakt iets en de Aartsengel Michaël verschijnt, links van het Heilig Sakrament. Ik kniel vóór Hem maar Hij gebaart met zijn linker hand die vrij is om het Heilig Sakrament te benaderen.

Ik verplaats mij dus, en op het ogenblik dat ik kniel, werpt Het rode en witte stralen uit zonder dat ik Hem zie.

Jezus is werkelijk daar, want ik voel mij door Zijn stralen vervuld.

De Aartsengel zegt me : "Ik groet U." Hij groet met hoofdgebaar en zegt me :

"Vroom menslievend meisje, God heeft in zijn Kerk ingesteld :

1° apostels,

2° profeten,

3° dokters,

en nog anderen die Hij heeft gekozen. (17)

Maar U, apostel en profeet in de huidige wereld, handel met iedereen volgens uw hart ; Hij die troost zal U leiden.

Met uw getuigenis van wat U zag, wat U hoorde en aanraakte van Christus, heeft God laten weten wat morgen bij zonsopgang moet gebeuren.

Maar wee de wereld wegens de onverstoorbare priesters die vechten en weigeren.

God is vergramd wegens die weigering om te gehoorzamen en Zijn woede is wreed.

Maar de Liefde van Jezus, de Zachte, de Wijze, is voor de mensen zo groot dat Hij ze ondanks alles wil redden, want deze generatie is de meest schijnheilige en de slechtste. Maar wegens de lakse priesters en omdat de dag gekomen is waarop God de wereld moet berechten, geeft Hij Zijn Genade aan al degenen die naar Hem luisteren en roept degenen die Zijn Boodschap laten kennen en uitvoeren, tot zaligen uit. (18)

Maar U, Magdalena, die de opdracht had om deze aan de priester over te maken, luister naar hem en blijf met hem in verbinding (19).

Behoud de Vrede die Jezus U gegeven heeft, en bid, bid want Jezus weent wegens het verval van Zijn Kerk."

De Aartsengel verdwijnt, alsook de stralen rond het Heilig Sakrament.

 

ZESENVEERTIGSTE VERSCHIJNING

"Wilt U zo goed zijn, uw handschriften af te geven aan de door de mens aangestelde priester."

 

Vrijdag 2 december 1977, in de kapel

Na het Licht komen de stralen uit de Hostie en ik hoor een stem die me zegt :

"Wilt U zo goed zijn uw handschriften af te geven aan de door de mens aangestelde priester."

En ik doe het.

 

 

 

 

 

zevenenveertigste verschijning

"Satan verleidt U."

"U, Magdalena, die het enigste zichtbare teken bent voor Mijn Boodschap U zult niet meer falen."

 

Vrijdag 3 februari 1978 te 18u15

Ik ben in de namiddag van 14 tot 16 uur naar de kapel gegaan om er Jezus te aanbidden. Ik ging er om 17u30 terug naartoe, na het vieruurtje van de kinderen die terug van school komen.

Ik denk dat ik me toen naar de kapel aangetrokken voelde. Ik hoorde 18u15 op de kerktoren slaan.

Slechts één bejaarde was er, Mevrouw L. (Lericollais).

Ik huiver van vreugde want ik merk dat het Licht de hele plaats inneemt van het Heilig Sakrament, net als de vorige keren zóó dat er geen Heilig Sakrament noch Altaar zichtbaar is.

Dan verschijnt Jezus, met beide handen naar mij uitgestrekt om mij te verwelkomen.

Ik was zo gelukkig want ik had Jezus sinds 2 januari 1976 (het einde van de noveen) niet meer gezien.

Hij zegt me :

"Maak het Kruisteken."

Hij richt Zijn blik naar de hemel, vouwt de handen ter hoogte van Zijn borst en zegt :

"In naam van Mijn Vader des Hemels, kom Ik orde brengen.

Satan verleidt U. Na de negende dag van beloften die Ik aan de mensheid heb afgelegd, is hij in mijn Boodschap verwarring komen stichten. Maar luister goed naar dit :

Jezus kijkt me aan :

Als God de Vader de gelukzalige Michaël stuurt, verschijnt het Licht altijd eerst. En vergeet mijn woorden niet : er zullen slechte geesten in Mijn Naam komen die U zullen verleiden en zelfs in uw woningen als lichtengels verschijnen. Geloof hen niet, ze brengen U op een dwaalspoor. Wees op uw hoede! Nu zijt U gewaarschuwd. U beleeft tijden waarin Satan zijn macht ontketent; maar de tijd is dichtbij dat Ik het kwaad zal overwinnen."

Jezus laat de handen vallen alsof hij me wil verwelkomen en zegt me :

"U, Magdalena, die het enigste zichtbare teken bent voor Mijn Boodschap, U zult niet meer falen.

Voortaan – Ik beveel U – maak het Kruisteken zodra een licht verschijnt."

Jezus bekijkt me opnieuw, glimlacht en zegt :

"Als het Satan is, zal alles meteen verdwijnen."

Jezus glimlacht mij een hele tijd en zegt me dan :

"Vrede zij met U."

En dan komt de duisternis.

De Zusters waren naar de mis in Brucourt vertrokken ; ik vermoedde dat de deuren gesloten waren en ging dus meteen terug naar huis om te schrijven en sloot me in de wasruimte op ; alleen die deur gaat op slot.

Ik kon bijna niet schrijven, zozeer weende ik.

Wat was mijn hart droevig ; ik was door Satan verleid, en Jezus, in Zijn grote Goedheid,was het mij komen zeggen.

Hoe had ik het niet beseft ? Weliswaar was het mijn fout niet daar ik er niet bewust van was. Het is waarschijnlijk daarom dat Jezus mij is komen waarschuwen, opdat ik de misstap in de verleiding van Satan niet meer zou begaan.

Jezus, de Zachte, de Wijze, was mij in Zijn grote Goedheid, zijn grote Genade komen redden.

Hij zegt mij het Kruisteken te maken telkens als een licht verschijnt.

Ik zal het nooit nalaten.

ACHTENVEERTIGSTE verschijning

"Het is op deze gezegende en gewijde berg, de plaats die Hij gekozen heeft, dat alles hernieuwd zal worden."

 

Vrijdag 7 juli 1978 te 14 uur - in de kapel

Het Licht verschijnt op de plaats van het Heilig Sakrament, een beetje ruimer dan gewoonlijk.

Ik maak meteen het Kruisteken, net zoals Jezus het mij de vorige keer had gevraagd, en ik zeg:

"Als het Satan is, dat hij verdwijne."

Zodra ik het Kruisteken gemaakt had en deze woorden had uitgesproken, voelde ik me in vrede en vertrouwen.

Dan verschijnt Jezus, hij glimlacht en zegt :

"Vertel hun wat U ziet."

Ik herhaal luidop wat ik zie :

"Ik zie Jezus ; Hij zit achter een tafel net als het altaar, maar het altaar van de kapel was er niet meer ; het was een volkomen witte tafel, wit als witte steen.

Op die tafel lagen zes of zeven open boeken, ik weet niet precies hoeveel. Dan is er nog een ander boek, eveneens open, dat Jezus in Zijn Handen houdt.

Hij zegt dan :

"Wilt U zo goed zijn dit luidop te zeggen ?"

Ik herhaal elke zin :

"Opgepast gij allen, die de aan U gegeven profetische Woorden gesluierd houdt ; het boek dat Ik in Mijn Handen houd is het BOEK VAN HET LEVEN (20) waarvoor Mijn Vader Mij juist de macht heeft gegeven het te openen, en het is op deze gezegende en gewijde berg, de plaats die Hij gekozen heeft, dat alles hernieuwd zal worden. Het is hier dat U de Heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem zult ontdekken." (21).

"En ziehier dat het verblijf van God onder U zal verschijnen. Maar dan zullen degenen die zich verzetten en weigeren de woorden aan te horen die deze onderdanige dienares heeft uitgesproken, zich op de borst kloppen. "

"Gij, aan wie ik gevraagd heb Mijn Boodschap te verkondigen, zijt er schuldig van, de wereld in de onwetendheid te laten van de nabije gebeurtenissen. Steun niet op uw eigen gedachte. Waarom verzet U zich aangezien Ik U Mijn dogmatische Genade heb gegeven? Ontferm U, ik vraag U naar Mij te luisteren ; Mijn Hart loopt van Barmhartigheid over."

Jezus staat op. De tafel verdwijnt. Hij glimlacht mij een hele tijd en zegt
dan :

"Zeg aan de priester en aan alle mensen die U ontmoet, wat U juist gezien en gehoord hebt ; U zult er zich de ganse dag aan herinneren."

Dan verdwijnt Jezus meteen en ik val terug in de duisternis. (22)

 

NEGENENVEERTIGSTE verschijning

"Voor de derde maal, Magdalena, Ik vraag U Mijn Apostel te zijn door de opdracht die Ik U gevraagd heb, te vervullen. Vrees niet, U zult gehaat worden ter wille van Mij. Daarna zullen er zich in die stad zonen des Lichts verheffen."

 

Vrijdag 6 oktober 1978 te 9u15 - eerste vrijdag van de maand, in de kapel van de Zusters

Net als op elke schooldag breng ik de kinderen naar school en ga ik bij de terugkeer de kapel binnen om Christus in het Tabernakel te bezoeken.

Ik kom om 9 uur aan ; ik ben alleen.

Om precies 9u15 (het kwartier slaat op de kerk), verschijnt het Licht.

Ik dacht zuster Bruno te gaan halen maar ik had daar geen tijd meer voor. Jezus verschijnt, Zijn handen naar mij uitgestrekt om me te verwelkomen. Hij zegt me

"Maak het Kruisteken."

Hij glimlacht nog steeds. Dan vouwt hij de handen en met een droevig gezicht zegt hij :

"Bid en doet boete tot het uiterste."

Hij ziet er ernstig uit. Hij zegt zacht, alsof het geheim voor mij is :

"Voor de derde maal Magdalena, Ik vraag U Mijn Apostel te zijn door de opdracht die Ik U gevraagd heb, te vervullen. Vrees niet, U zult gehaat worden ter wille van Mij. Daarna zullen er zich in die stad zonen des Lichts verheffen."

Na een stilte :

"Vandaag ziet U Mij nog, maar U zult Mij niet meer zien en toch zal Ik U blijven bezoeken door Mijn Lichaam en Mijn Bloed."

Na een stilte :

"Maar wanneer dit Kruis opgericht zal zijn, zult U Mij dan opnieuw zien. Want dan zal ik aan de Kerken de Mysteries ontsluieren die in het pas geopende BOEK VAN HET LEVEN vermeld zijn.

Zeg aan de bisschop wat U zopas gezien en gehoord hebt."

Dan glimlacht Jezus naar mij en zegt :

"Ondanks mijn smeekgebeden, wees niet ongerust want U bezit een wijsheid die niemand hier op aarde bezit ; uw kalmte en uw discretie zijn de zichtbare tekens van Mijn Woord in deze wereld waar de daad en de stoutmoedigheid overheersen. Dat uw gezicht altijd de Onzichtbare Aanwezigheid moge weerspiegelen."

Dan glimlacht Jezus naar mij en verdwijnt. (23)

 

NEGENENVEERTIGSTE – BIS VERSCHIJNING

Droom van Magdalena en bekering van Roland (haar man)

Magd. Aumont - Uittreksel van de "Schriften van Magdalena", 1997 juni. - Ed. F.X. de Guibert

Op 2 november 1973, had Jezus mij een geheim toevertrouwd en Hij had mij gezegd, het nooit aan niemand te zeggen. Welnu, daarover heb ik nooit gesproken en ik zal er ook nooit met iemand over spreken.

Maar de 6de oktober 1978 heeft Jezus mij iets gezegd mij aangaande en dat ik vandaag schriftelijk onthul.

Toen Hij mij zei : "Bid en doet onvermoeid boete", Zijn blik was ernstig. Mij droevig bekijkend, voegde Hij eraan toe : Verlaat niet langer dan één dag deze stad. Waak en bid. Wacht iedere dag op de terugkeer van de Mensenzoon. Ik vraag U dit uit boetvaardigheid te doen, uw beloning zal groot zijn.

Ik heb beloofd aan Jezus te doen hetgeen Hij mij gevraagd heeft, het te doen uit boetvaardigheid. Jezus die onze gedachten kent wist wel dat het mij, die nooit gereisd had, zou verheugen buiten te gaan, wat te reizen, zelfs naar Lourdes te gaan.

Maar uit boetvaardigheid, vraagt Jezus mij deze stad nooit meer dan één dag te verlaten, zoals een kloosterzuster hoort te doen, dus moet ik de stad niet verlaten, niet meer dan één dag, dit wil zeggen waken en bidden, en alle dagen wachten op de terugkeer van de Mensenzoon.

Het is weliswaar een grote opoffering, maar zo is het dat ik boete moet doen voor de verwezenlijking van Gods voornemen voor de oprichting van het Glorierijke Kruis.

Dat degenen die dit schrift zullen lezen voor mij bidden. Opdat ik nooit in gebreke zou blijven te doen wat Jezus mij vraagt. Want ik heb aan Christus beloofd boete te doen, zoals Hij mij het gevraagd heeft. En ik verlang Hem mijn leven lang te gehoorzamen, mij nooit te vermaken met reizen, om het even dewelke.

Mijn man is naar Lourdes vertrokken op bedevaart, het verheugt mij ten zeerste voor hem. Want sinds zijn plotse bekering, is hij veranderd. Hij heeft aan iemand gezegd : Magdalena kan mij niet vergezellen om wille van haar oude moeder (90 jaar) en mijn jeudige kinderen. Maar ik hoop wel dat zij wel eens, niet alleen naar Lourdes maar ook naar Jeruzalem zal gaan. Want ik heb hem nog niet gezegd wat Jezus mij gezegd heeft op vrijdag 6 oktober 1978 tijdens Zijn laatste Boodschap.

Ik moet u over mijn man spreken, hij was helemaal niet gelovig. Toen hij mij de zondag naar de mis zag gaan, zei hij mij dikwijls : je verliest uw tijd.

Sommige mensen die de Boodschap van Jezus kenden, zegden mij "Ik begrijp je niet, in uw plaats zou ik het aan mijn man zeggen". Ik antwoordde altijd :"Neen, nooit, niet voordat de Kerk de waarheid van de Boodschap bevestigt."

Op zekere dag heb ik een droom gehad, ik zag Jezus die mij zei : "het wordt tijd om het aan uw man te zeggen." Het was gans in het begin van het jaar 1979. Sindsdien voelde ik mij gedwongen om er met hem over te spreken.

Ik dacht het hem te zeggen de 28ste maart, gedenkdag waarop ik het Kruis voor de eerste keer zag.

Ik heb dus geschreven naar Pater Gires, direkteur van de bedevaarten te Lisieux. Hij is het die door Monseigneur met de Boodschap gelast is.

Ik vroeg hem de toelating om het hem te zeggen op 28 maart. Hij heeft mij schriftelijk zijn akkoord gegeven. Ik had ervoor gezorgd te schrijven, zodanig dat mijn man er niet zou zijn bij ontvangst van het antwoord.

De ganse week dat mijn man ’s morgens werkte, heb ik geen antwoord gekregen.

En het is pas de volgende week dat Pater Gires mij antwoordde. Maar mijn man was er. Het was op 2 februari 1979.

Mijn man heeft mij gevraagd : wie schrijft U uit Lisieux ?

Ik heb hem geantwoord : ’t is Pater Gires.

Waarom schrijft hij U ?

En toen heb ik gezegd : hij antwoordt op mijn brief.

Wanneer hij de brief van Pater Gires had gelezen, zei hij mij nogal opgewonden : als het praatjes zijn over de Goede God, wil ik er niet over horen spreken.

Ik heb hem gezegd : ik zal het u zeggen op 28 maart.

En ’t bleef zo.

Dus de zaterdag en de zondag, hebben wij er niet meer over gesproken.

Maar de maandag was ik uitzonderlijk alleen met hem voor het eetmaal. De Zuster die ’s maandags gewoonlijk komt had zich laten verontschuldigen.

Mijn zieke moeder was in bed en de kinderen terug naar school.

Eindelijk was ik alleen met hem in ons keukentje.

Hij kwam terug van zijn werk, op de fabriek van Dives.

Maandag 5 februari 1979 zei hij mij : ‘t is niet nodig te wachten tot de 28ste maart om mij te zeggen hetgeen je zinnens zijt mij te zeggen. ’T Is nu dat ik het wil weten.

Mijn hart klopte hevig. Het ogenblik was aangebroken dat ik hem moest zeggen wat ik hem gedurende bijna negen jaar had verzwegen.

Diep in mijn binnenste smeekte ik God mij te helpen, mij te verhoren, na zoveel jaren te hebben gebeden voor zijn bekering. Maar ik had angst : hij zei mij, drie dagen voordien" Als het praatjes zijn over de Goede God, wil ik er niet over horen spreken."

Ik heb hem eerst mijn kladschrift gegeven, dat bestemd was voor Pater Gires, opdat hij beter zou begrijpen waarover het ging. Ik had hem geschreven dat ik het zou zeggen op 28 maart, dag waarop ik het Kruis zag voor de eerste keer.

Toen hij deze brief, of liever dit klad gelezen had, heeft hij mij gezegd : heb je een Kruis gezien? Aanstonds antwoordde ik "Ja".

Ik heb hem verteld hoe ik het de eerste maal zag, en hoe ik Christus zag de eerste keer. Hij luisterde, zijn gelaat werd bleek, hij scheen zeer ontroerd mij te aanhoren. Daarna zei hij mij met bevende stem : gij Christus.

Had ik het vroeger geweten, zou ik U nooit gezegd hebben, al wat ik U gezegd heb.

Verontschuldig mij, ik geef toe, ik eerbiedig U, ik ben totaal onthutst.

Nu verandert alles. Ik verzeker U dat ik zal veranderen. Enz.. Hij had de tranen in de ogen.

Wij hebben zo maar de ganse dag over de Boodschap gepraat. Daarna wilde hij naar de kapel de zusters opzoeken. Zuster Bruno heeft hem ontvangen. Hij is de kapel binnen gegaan met Zuster Bruno : hij heeft zich geknield, zegde ze mij. Hij heeft een Onzevader en een Weesgegroet gebeden. Ik denk dat hij weende.

Gedurende 3 dagen is hij thuis gebleven, erg ontroerd was hij.

Moest U weten hoe gelukkig ik was, ik hoorde hem het woord van Jezus uitspreken.

Nu weet hij dat Jezus daar is, dat hij levendig en te midden van ons is.

Het is de grootste genade die Jezus mij kon geven sinds de Boodschap : de bekering van mijn man.

Ik had nooit mogen twijfelen over zijn bekering.

Jezus heeft gezegd : vraag en U zult ontvangen.

Ik heb Hem zo dikwijls om zijn bekering gevraagd. Elk berouw offerde ik op voor zijn bekering. En daarbij, ik had er moeten aan gedacht hebben, Jezus kon niet scheiden wat Hij verenigd had in het huwelijk.

We hebben nooit genoeg vertrouwen in Jezus die ons zo bemint, en die naar ons wil luisteren en ons helpen.

Ik vreesde naderhand nog dat die bekering maar van voorbijgaande aard zou zijn. Neen, hij is verscheidene keren naar de mis geweest, zonder dat ik het hem zei.

Ik verzeker U, dat ik Jezus bedank voor zoveel genaden.

En daarbij, het is een grote steun voor mij. Hij zou nu alles doen om mij naar de mis te laten gaan.

En verleden dinsdag, 18 september, hebben wij hem naar het station gebracht voor een bedevaart naar Lourdes met de oude krijgsgevangenen.

Hij was zeer gelukkig en rustig.

Ik bid Onze Lieve Vrouw om hem met genade en vreugde te vervullen, geen materiële vreugde, die waardeloos is, maar een spirituële vreugde die hem zijn hele leven lang zal overstelpen, om die vrede en die vreugde te vereeuwigen met Jezus, die ons zal overladen met zijn weldaden.

 

VIJFTIGSTE verschijning

"...Michaël de Aartsengel :...Wegens de ongehoorzaamheid van de priesters, geeft Jezus Zijn Genade aan al degenen die Zijn Boodschap verkondigen."

 

Pastoor L'Horset en ik hebben besloten met een paar vrienden een noveen te doen.

Negen dagen later, op 6 augustus 1982, dag van de Verheerlijking van Christus.

Ik merk het Licht.

Ik maak het Kruisteken zoals Christus het me had gevraagd.

Dan zie ik Aartsengel Michaël links van het Tabernakel. Hij zegt me :

"Ik groet U

God, in Zijn grote Goedheid, zendt me om van de waarheid te getuigen...

Op de negende dag van de beloften aan de mensheid heeft Satan U verleid tot mijn komst op de eerste dag van de zevende maand (3.1.76 tot 1.7.77).

Het geluid dat U hoorde, ik was het, Michaël die van bij God uit de Hemel ben nedergedaald, om de slechte geest die U vervolgde, te verdrijven.

Daarom zag U het Licht niet dat aanwezig was.

Mijn navolger komt uit de aarde, maar wegens de ongehoorzaamheid van de priesters, geeft Jezus zijn Genade aan al degenen die Zijn Boodschap openbaren, want de wereld mag niet langer in de onwetendheid blijven van de gebeurtenissen die zich morgen bij zonsopgang zullen voordoen.

Maar bid, doet boete ; de tijd is dichtbij dat de navolger met de voeten zal getreden worden.

En alles verdwijnt

Nota’s over de verschijningen

1 - Pastoor L’Horset, zusters B. en M. deden het elke dag, maar inde gesloten kapel !

2 - Op 27 december, 299 jaar vroeger, verscheen Jezus in Paray Le Monial.

3 - " Ze "  betekent de Stad.

4 - " Op vrijdag 5.4.74 werd het volgende gedikteerd : " Elke ARM moet 123 meter lang zijn en de hoogte ervan 6 keer groter = 738 m. " Drie ontwerpen voor het Kruis werden getekend met een 21 m, 42 m en 60 m brede balk. " (Gerard Cordonnier, eerste uitgever van de Boodschappen).

5 - Het water kwam 77 dagen later, op 19 juli 1974.

6 - De Priester en Magdalena hadden samen de Hoge Heuvel beklommen om de plaats van het Kruis te lokaliseren. Ze gebruikten daarvoor elektrische lampen die ze naar de hemel richtten.

Magdalena bleef voor het raam staan waaruit ze zes keer het Kruis had gezien en leidde de priester die de Hoge Heuvel beklom. Deze laatste kwam terecht op het hoogtepunt, begrensd door een sloot die precies de grens vormt van het gebied van Dozulé. Nu moest precies bepaald worden de plaats waar Jezus de oprichting van het Kruis vroeg. De priester dacht dat het op de plaats van de gebogen appelboom was. Maar hij was er niet zeker van en kon er ‘s nachts niet van slapen. Jezus bevestigt hiermee de juistheid van zijn gevoel.

Het bekken was gegraven door 223 meter op een koord af te meten " We hebben het op een stuk hout opgerold. De boom was geveld en op die plaats hebben we samen met Gerard, het kruisje (op 1/1ooo e N V D U) geplaatst. Dat hadden de huurders ons toegelaten. "

Voor het water dat niet komt doen we na Pinksteren een noveen. Op een nacht dromen Magdalena en zuster M. dat er water in het bekken is. Dat delen ze de volgende morgen mede aan de preister die antwoordt : " Wat doet U toch mooie dromen , Zuster. "

Hij had de vorige avond vastgesteld dat er in het bekken geen water was. Toch klimt Magdalena naar de Hoge Heuvel en stelt vast dat er inderdaad water is,
30 cm hoog !

Het meteorologische station, dat geraadpleegd werd, antwoordt dat het de vorige nacht niet heeft geregend en dat zo’n waterpeil niet door regen veroorzaakt kan worden.

7 - Latijnse tekst van de Rogatelitanie (of Litanie der heiligen), tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren.

8 - Kleine David, kleinzoon van Magdalena en Roland.

9 - Na de viering van de Passie van 20u30 beval de priester aan het vijftigtal aanwezigen niet te spreken over hetgeen ze gezien en gehoord, maar niet begrepen hadden.

10 - Deze woorden van Jezus verbaasden Magdalena die het aan pastoor L’Horset vertelde. Deze had zojuist een brief uit Amiens ontvangen. Hij las ze haar voor.

Anne schreef :

" Ik ken U niet en toch wou ik U laten weten dat , toen ik op Pinksterdag in Dozulé ben geweest, ik mij aangetrokken voelde om de kerk binnen te gaan, en sindsdien denk ik alleen nog aan Christus van Dozulé.

Ik ben ziek (leukemie) ; iedereen verzwijgt het me, maar ik weet het toch. Bid niet voor mijn genezing maar voor de bekering van mijn ouders die niet gelovig zijn.

Want persoonlijk voel ik mijn hart verkwijnen en mijn geest die in Jezus, mijn Redder ontwacht.

11 - cf De beloften aan zuster Faustine, apostel van de Barmhartigheid. In 1934 zei Christus aan zuster Faustine – die op 18 april 1993 zalig werd verklaard : " De mensheid zal geen vrede kennen zolang ze zich niet met vertrouwen naar Mijn Barmhartigheid zal richten. "

12 - Magdalena, begeleid door Suzanne, bracht de Boodschap bij Meneer de Burgemeester die ze goed onthaalde en met Meneer Pastoor kontakt opnam.

13 - cf. 47ste verschijning van 3 februari 1978 en 50ste verschijning van 6 augustus 1982.

14 - cf. Mt 5, 9.

15 - Bij de eerste uitgave schrijft Gérard (cf. nota 4) : "  Na de verschijning van St Michaël op 10.12.1976 (§51), had Magdalena de visie van de drie Kruisen (21,42 en 60 m diameter) en van de verwijdering van de twee uitersten. "

" De mogelijkheid bestaat dus, mits een kleine compensatie in de bijeenvoeging,het Kruis te maken met 7 vierkante kaders van 41 meter voor de dwarsligger +... 18 vierkanten als totale hoogte. " (verschijning 44 ter)

16 - 7 maart 1977 te 9u20 (verschijning 44 quarto)

In aanwezigheid van Gérard Cordonnier ontving Magdalena thuis deze boodschap :

" Manus domini confortavit te "

" Magdalena, het is de hand van de Heer die U gesterkt heeft. "

Suzanne was juist vertrokken : " Het was de enige keer dat ik voor haar boodschappen deed. "

En op 19 maart 1977 te 18u. (Verschijning 44 quinto)

" Gérard apostolos hic emulans (Gérard is hier de mededinger van de apostelen)

Sancto ducta flamine (Geleid door de Heilige Geest)

Pellis indulgens et iniqua linguae (Je schud toegeeflijk en je lost de onbillijke)

Vincia resolvis " (banden van de taal op.)

" Gérard, mededinger van de Apostelen, onderdanig aan de ingeving van de Geest, U breekt de banden van de gedwongen taal ".

" Bij Suzanne Avoyne zag Magdalena het Latijns in letters van licht, en geen Frans, dat ze onbewust neerschreef. Ze keek niet naar het blad, voelde dat iemand haar hand vasthield. De vier regels in het Latijns zijn samen verschenen. Magdalena heeft ze één na één geschreven en voelde dat haar hand geleid werd. Dan ging haar aandacht opnieuw naar die achtereenvolgende regels, zonder bewust te zijn dat ze die opnieuw schreef... maar nu in het Frans vertaald en met ontbrekende woorden. " Pellis indulgens " werd overgeslagen en " iniqua " werd verzacht. " (Gérard Cordonnier)

Suzanne Avoyne, enige getuige op die dag, verduidelijkt :

" Gérard was er niet. We waren met ons twee. Hij was pas vertrokken. En Magdalena keek door het raam naar de hemel, en niet naar het plafond.

Dan roept ze uit : er overkomt mij hetzelfde als St Theresa. "

Uiteindelijk is het duidelijk dat de boodschap dankzij hem (Gérard) uit de lade is gekomen anders zou niemand het weten... Hij had die geschreven. En hij had er ongeveer duizend (exemplaren van de boodschap) gegeven vooraleer ons te verlaten. "

" Hij had de plaats van (Dozulé) aan een vriend in Canada medegedeeld. Deze vriend kwam naar de St Jozefkapel met het wachtwoord " Magd. en Suz. ", Magdalena en Suzanne.

17 - cf eerste brief aan de Corinthiërs, hoofdstuk 12, v. 28.

18 - cf dekreet over het apostolaat van de leken, hoofdstuk 1, paragraaf 3.

19 - Pastoor L’Horset, door de bisschop benoemd, verlaat de parochie van Dozulé.

En Magdalena zal met hem corresponderen zoals Jezus het haar vroeg.

20 - Voor het Boek van het Leven, cf Uittocht 32,33 ; Psalmen 68,69 ; Daniel 7,10 ;10,21 ; 12, 1-14 ; Malachie 3,16 ; Siracide 24,32 ; Philippiërs 4, 3 ; Apocalyps 3,5 ; 5,1 ; 13,8 ; 17, 8 ; 20,12 ; 21, 27.

21 – cf Apocalyps, hoofdstukken 21 en 22.

22 – Suzanne A., die de enige aanwezige was, weende toen ze Magdalena, die het Kruisteken maakte, hoorde zeggen : " Als het Satan is, dat hij verdwijne. " Ze dacht dat ze twijfelde ! Magdalena verklaarde haar na de verschijning wat op 3 februari 1978 gebeurd was want Pastoor L’Horset had haar verboden het te vertellen. En Magdalena verontschuldigde zich bij de zusters : " Als de Heer heeft toegelaten dat ze daar was, dan is het Zijn wil dat zij op de hoogte was. "

23 - Op een morgen in 1978 in Dozulé stortte de grote stenen Calvarie ineen. De armen en benen van Christus waren verbrijzeld.